ECLI:NL:RBNNE:2021:1985
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid voorzieningenrechter bij verlenging beslistermijn schadevergoeding aardbevingsschade
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor schadevergoeding vanwege waardedaling van een pand door aardbevingsschade. Verweerder heeft de beslistermijn voor deze aanvraag twee keer verlengd, waarbij de tweede verlenging maximaal 20 weken bedraagt. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze verlenging en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat een verlenging van de beslistermijn een beslissing is ter voorbereiding van een besluit en dat dergelijke beslissingen in beginsel niet vatbaar zijn voor bezwaar of beroep, tenzij zij verzoekers rechtstreeks in hun belang treffen los van het voor te bereiden besluit. Hoewel verzoekers stellen dat zij kosten hebben moeten maken voor het aardbevingsbestendig maken van het pand en de schadevergoeding dringend nodig hebben, oordeelt de voorzieningenrechter dat deze omstandigheden niet leiden tot een directe en zelfstandige aantasting van hun belangen.
De financiële gevolgen van de latere uitbetaling zullen zich vertalen in een hogere wettelijke rente, maar dit is onvoldoende om de bevoegdheid van de voorzieningenrechter te rechtvaardigen. Ook het ontbreken van een wettelijke grondslag voor de tweede verlenging verandert dit oordeel niet. Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om op het verzoek om voorlopige voorziening te beslissen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlenging van de beslistermijn.