De rechtbank Noord-Nederland heeft op 8 april 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte wegens bezit en verspreiding van kinderpornografisch materiaal in de periode van december 2017 tot november 2019 te Hoogezand. Verdachte heeft een groot aantal afbeeldingen en video’s verkregen, verspreid en in bezit gehad, waarbij telkens personen onder de achttien jaar betrokken waren. De rechtbank acht het bewezen dat verdachte deze beelden met seksuele gedragingen heeft verworven en verspreid.
Verdachte heeft het ten laste gelegde bekend en de rechtbank baseert haar oordeel op onder meer de verklaring van verdachte, proces-verbaal van bevindingen en een beschrijving van het kinderpornografisch materiaal. De strafbaarheid van het feit is onomstreden; er zijn geen strafuitsluitingsgronden gebleken.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van tien maanden waarvan zes voorwaardelijk, terwijl de verdediging pleitte voor een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf vanwege het lopende hulpverleningstraject en de kwetsbaarheid van verdachte. De rechtbank houdt rekening met de ernst van het delict, de maatschappelijke impact, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn borderline problematiek en crisisgevoeligheid, en het ingezette behandeltraject.
Uiteindelijk legt de rechtbank een gevangenisstraf van 270 dagen op, waarvan 269 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar, gekoppeld aan een behandelverplichting en middelenverbod. Daarnaast wordt een taakstraf van 240 uur opgelegd met vervangende hechtenis bij niet-naleving. De straf is gericht op het voorkomen van herhaling en het afronden van de behandeling.