Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn ouders van een kind geboren in 2013 en gezamenlijk belast met het gezag. De omgang van de man met het kind is voor een jaar geschorst vanwege zijn houding en gedrag. De vrouw verzoekt verhoging van de kinderalimentatie, terwijl de man verzoekt deze te verlagen of te schorsen zolang er geen omgang is.
De rechtbank stelt vast dat de behoefte van het kind €623 per maand bedraagt en dat de gezamenlijke draagkracht van de ouders €987 is. De bijdrage van de man wordt berekend op €400, maar gemaximeerd op €378 per verzoek. De zorgkorting vervalt vanwege de schorsing van de omgang die aan de man te wijten is.
De man voert een beroep op de aanvaardbaarheidstoets aan, stellende dat hij door schulden en lasten niet in zijn noodzakelijke kosten kan voorzien. De rechtbank oordeelt dat de schulden vermijdbaar en deels verwijtbaar zijn, onder meer vanwege ontvangen ontslagvergoeding en overbedeling, en dat advocaatkosten niet als noodzakelijke lasten gelden. Daarom wordt het beroep afgewezen. De schorsing van kinderalimentatie wordt eveneens afgewezen omdat onderhoudsplicht blijft bestaan ongeacht omgang.
De rechtbank wijzigt de beschikking van 9 oktober 2019 en bepaalt dat de man €378 per maand aan kinderalimentatie betaalt vanaf 28 augustus 2020, uitvoerbaar bij voorraad, en wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de kinderalimentatie naar €378 per maand en wijst het beroep op de aanvaardbaarheidstoets en schorsing af.