ECLI:NL:RBNNE:2021:1007
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van witwassen wegens onvoldoende bewijs
Het openbaar ministerie had verdachte ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 29 mei 2017 in Utrecht, IJsselstein of elders in Nederland, geldbedragen van in totaal ongeveer 3000 euro had verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet of gebruikt, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geld afkomstig was uit enig misdrijf.
Tijdens de terechtzittingen op 30 januari 2020 en 15 maart 2021, waarbij verdachte niet aanwezig was maar wel werd vertegenwoordigd door zijn raadsman, heeft de rechtbank het bewijs beoordeeld. Zowel de officier van justitie als de verdediging erkenden dat het feit niet wettig en overtuigend was bewezen.
De rechtbank heeft daarop beslist verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde feiten van witwassen. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 29 maart 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs.