Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Coöperatieve Rabobank U.A.,statutair gevestigd te Amsterdam,
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een vordering van Coöperatieve Rabobank U.A. tegen een gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 593,31 met rente en kosten wegens overschrijding van een kredietlimiet. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis aanvullende informatie gevorderd om te toetsen of het vervroegd opeisingsbeding geldig is en of aan de zorgplicht van artikel 4:34 Wft Pro is voldaan.
Rabobank heeft toegelicht dat er een eerdere kredietovereenkomst was van € 500,- die door de gedaagde is verhoogd naar € 600,-. De gedaagde werd meerdere malen aangemaand vanwege overschrijding van het krediet en het niet voldoen aan de voorwaarden omtrent het saldo. Rabobank heeft het krediet opgezegd en het bedrag opgeëist wegens overschrijding.
De kantonrechter oordeelt dat het vervroegd opeisingsbeding geldig is omdat het krediet binnen drie maanden na terbeschikkingstelling wordt terugbetaald, waardoor artikel 7:77 lid 1 sub c BW Pro niet van toepassing is. De vordering wordt toegewezen, inclusief contractuele vertragingsrente en wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De proceskosten worden eveneens aan de zijde van Rabobank toegewezen.
Het vonnis is gewezen door de kantonrechter M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.
Uitkomst: De vordering van Rabobank wordt toegewezen tot betaling van € 593,31 met rente en proceskosten.