ECLI:NL:RBNNE:2020:930

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2020
Publicatiedatum
28 februari 2020
Zaaknummer
8217746
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 6:230m BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot betaling energieachterstand en incassokosten

De eisende partij, Oxxio Nederland B.V., vorderde betaling van een openstaande energierekening van € 2.091,42 plus rente en kosten. Na een tussenvonnis waarin de kantonrechter oordeelde dat de dagvaarding onvoldoende was onderbouwd, heeft eisende partij aanvullende stukken en een specificatie overgelegd.

De kantonrechter stelde vast dat de overeenkomst telefonisch in maart 2014 tot stand is gekomen en schriftelijk is bevestigd, waarbij de informatieverplichtingen volgens artikel 6:230m BW destijds nog niet van kracht waren. Gedaagde had eerder een deel van de vordering voldaan na een eerdere procedure.

Uit de stukken bleek dat gedaagde nog een hoofdsom van € 1.432,91 verschuldigd was, naast buitengerechtelijke incassokosten van € 289,94 en wettelijke rente van € 79,33. De kantonrechter wees deze bedragen toe, veroordeelde gedaagde tot betaling van proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.802,18 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Assen
zaak-/rolnummer: 8217746 \ CV EXPL 19-8000
Verstekvonnis van de kantonrechter van 10 maart 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap
Oxxio Nederland B.V.,
gevestigd te Hilversum,
eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
gedaagde partij,
tegen wie verstek is verleend.

1.Procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd om de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 2.091,42 met rente en kosten.
1.2.
Op 14 januari 2020 heeft de kantonrechter tussenvonnis gewezen. Dit tussenvonnis dient als ingelast en herhaald te worden beschouwd.
1.3.
Ter zitting van 11 februari 2020 heeft de eisende partij een akte houdende specificatie van de vordering overgelegd.

2.Motivering

2.1.
De kantonrechter heeft in haar tussenvonnis overwogen dat de door de eisende partij uitgebrachte dagvaarding onvoldoende informatie verschaft en daarmee niet voldoet aan de eisen van artikel 21 Rv Pro. De kantonrechter heeft de eisende partij bevolen de vordering nader te onderbouwen, al dan niet gebruikmakend van het landelijke informatieformulier. Daarbij heeft de kantonrechter bepaald dat de eisende partij in ieder geval stukken diende te overleggen waaruit blijkt dat en op welke manier een overeenkomst met gedaagde partij tot stand is gekomen. Indien sprake was van een koop op afstand, diende eisende partij stukken te verstrekken waaruit blijkt dat aan de informatieverplichtingen voortvloeiend uit artikel 6:230m BW is voldaan. Daarnaast diende eisende partij de voorschotfacturen, de jaarnota en een kopie van een eerder gewezen vonnis en bijbehorende dagvaarding te verstrekken.
2.2.
De eisende partij heeft bij akte producties overgelegd en haar vordering nader toegelicht. Eisende partij heeft toegelicht dat de overeenkomst telefonisch tot stand is gekomen in maart 2014 en dat de overeenkomst schriftelijk is toegezonden. Op dat moment was artikel 6:230m nog niet van kracht. Eisende partij heeft gedaagde partij eerder gedagvaard voor onderhavige betalingsachterstand. In die procedure is de vordering beperkt tot € 500,- onder reserve van rechten op invordering van het restant. Gedaagde partij heeft de toegewezen vordering inclusief kosten voldaan.
2.3.
De eisende partij heeft gezien het voorgaande naar het oordeel van de kantonrechter thans voldoende informatie verschaft.
2.4.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat gedaagde partij aan hoofdsom voor de energie € 2.184,43 verschuldigd is. Gedaagde partij heeft twee betalingen verricht, eenmaal € 251,52 op 14 februari 2017 en naar aanleiding van het vonnis van 20 februari 2018 heeft zij nog een bedrag van € 500,- (en de proceskosten) voldaan. Er zal daarom een bedrag van € 1.432,91 aan hoofdsom worden toegewezen.
2.5.
De kantonrechter constateert dat de veertiendagenbrief van 16 april 2019, waar naar wordt verwezen in de dagvaarding, ontbreekt bij de stukken. Er is wel een veertiendagenbrief overgelegd van 11 oktober 2017 waarin een bedrag van € 289,94 aan buitengerechtelijke kosten wordt aangezegd bij een openstaand bedrag van € 1.932,91. De kantonrechter zal de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten daarom toewijzen tot een bedrag van € 289,94.
2.6.
De gevorderde wettelijke rente van € 79,33 zal worden toegewezen.
2.7.
Het gevorderde komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor zodat dit kan worden toegewezen als na te melden.

3.Beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen € 1.802,18 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.432,91 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van eisende partij begroot op € 85,18 aan dagvaardingskosten, € 486,00 aan vast recht en € 180,00 aan salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.
typ/conc: 36330/TG
coll: