ECLI:NL:RBNNE:2020:910
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Onterechte vervroegde opeising van resterende abonnementstermijnen afgewezen
De eisende partij heeft de gedaagde partij gevorderd tot betaling van abonnementskosten en bijkomende kosten. De overeenkomst liep van 14 mei 2019 voor 12 maanden, waarbij de toegang tot de sportschool niet is opgeschort.
De eisende partij heeft op 12 juli 2019 de resterende termijnen vervroegd opgeëist, maar vordert in deze procedure slechts betaling van de maanden juni tot en met september 2019. De rechtbank oordeelt dat de vervroegde opeising onterecht is, omdat artikel 6:80 lid 1 sub b en Pro c BW alleen opschorting, ontbinding en schadevergoeding toestaat, niet nakoming van toekomstige termijnen.
De gevorderde hoofdsom voor opeisbare termijnen wordt toegewezen, maar de buitengerechtelijke incassokosten en rente worden afgewezen vanwege onduidelijkheid en onterechte aanmaning. Proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat de procedure mogelijk onnodig was geweest als correcte aanmaning had plaatsgevonden.
De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 396,00 met wettelijke rente vanaf 31 oktober 2019 en wijst het meer gevorderde af.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van opeisbare abonnementstermijnen juni-september 2019 met rente, overige vorderingen afgewezen.