Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
[cliënt] ,geboren op [geboortedatum] 1933;
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 12 februari 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met vasculaire dementie. De cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening die sinds 2017 is vastgesteld en leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en overbelasting van de echtgenote.
De cliënt woont thuis met zijn echtgenote en gaat vijf dagen per week naar dagopvang, maar vertoont agressief gedrag, heeft een verhoogd risico op weglopen en is onrustig door pijnklachten. Vrijwillige opname is meerdere malen geprobeerd maar stuit op verzet van de cliënt. De rechtbank oordeelt dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.
De advocaat van de cliënt voerde aan dat de aanvraag niet door een wettelijk aanvraaggerechtigde was ingediend, omdat de huisarts dit had gedaan. De rechtbank stelt echter vast dat ook een solistisch werkende zorgverlener zoals een huisarts als zorgaanbieder geldt en dus aanvraaggerechtigd is volgens artikel 1 sub d en Pro artikel 25 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
Gelet op deze overwegingen voldoet het verzoek aan de wettelijke criteria en wordt de machtiging tot opname en verblijf verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 12 augustus 2020. De beschikking is in het openbaar uitgesproken en tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door vasculaire dementie.