De rechtbank Noord-Nederland heeft op 11 september 2020 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die zich schuldig maakte aan twee afzonderlijke brandstichtingen: één in een kamer van een GGZ-instelling en één in een cel van een penitentiaire inrichting. De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen verklaard, waarbij het eerste feit leidde tot gevaar voor goederen en het tweede feit ook tot levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het meer of anders ten laste gelegde. De verdediging voerde aan dat het levensgevaar beperkt was en dat verdachte onvoldoende onderzocht was voor een TBS-maatregel, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte leed aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, vermoedelijk een paranoïde schizofrenie, en dat oplegging van TBS met dwangverpleging noodzakelijk en proportioneel was.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest en legde de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op. Het verzoek tot nader onderzoek in het Pieter Baan Centrum werd afgewezen omdat dit waarschijnlijk geen nieuwe inzichten zou opleveren.