Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020 op het verzet van
derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: “Zonnepark Opperhuizen BV” gevestigd te Wormer
Rechtbank Noord-Nederland
Opposant stelde beroep in tegen een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid. Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetprocedure of het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, buiten redelijke twijfel staat. Opposant voerde aan dat hij wel belanghebbende is, onder meer vanwege zijn expertise op het gebied van zonne-energie, ingediende zienswijze, en contacten met politici.
De rechtbank stelt echter dat belanghebbendheid vereist dat iemand rechtstreeks feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervindt. Opposant woont meer dan 600 meter van de locatie en heeft geen zicht op het zonnepark, mede door begroeiing, bebouwing en een dijk. Hierdoor ontbreken gevolgen van enige betekenis voor zijn woon- of leefomgeving.
De rechtbank concludeert dat opposant geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en verklaart het verzet ongegrond. De uitspraak van 28 juli 2020 blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat opposant geen belanghebbende is bij het bestreden besluit.