Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewijsmiddelen
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
1. [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 10.689,72 ter zake van materiële schade en € 4.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en proceskosten van € 152,96;
2. [slachtoffer 3] tot een bedrag van € 350,00 ter vergoeding van materiële schade en € 850,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
3. [slachtoffer 4] , tot een bedrag van € 1.320,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
- [slachtoffer 1] tot het volledig gevorderde bedrag van € 14.689,72, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;
- [slachtoffer 3] tot het volledig gevorderde bedrag van € 1.200,00, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een jeugddetentie voor de duur van 411 dagen.
Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
Vorderingen benadeelde partijen:
[slachtoffer 1]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 3.484,48(zegge: drieduizend vierhonderd vierentachtig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2019.
[slachtoffer 3]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 600,00(zegge: zeshonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2019.
[slachtoffer 4]in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
[slachtoffer 6]af.