ECLI:NL:RBNNE:2020:3844
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang wegens niet-betaalde Belgische confiscatie
De officier van justitie heeft op grond van artikel 22 WWETGC Pro verlof gevorderd tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen veroordeelde wegens een openstaand bedrag van €221.488,20 uit een Belgische confiscatiebeslissing van 2012. De verdediging stelde een prejudiciële vraag over de toepassing van lijfsdwang zonder toestemming voor vervangende hechtenis, maar de rechtbank oordeelde dat lijfsdwang geen alternatieve sanctie is en geen toestemming vereist.
De rechtbank overwoog dat het toetsingscriterium onwil of onvermogen tot betaling is. De officier van justitie stelde dat veroordeelde over meer vermogen beschikt dan hij heeft laten blijken, onder meer door contante stortingen. De verdediging gaf uitleg over de herkomst van deze gelden, waaronder steun van familieleden en betalingen voor huur en borg.
Gezien de complexiteit en de tegenstrijdige verklaringen besloot de rechtbank het onderzoek te hervatten en aanvullende stukken op te vragen, waaronder een huurcontract van een leaseauto, bewijs van een vermeende reis naar Amerika en schriftelijke verklaringen over de bron van contante stortingen. De zaak wordt op 8 april 2020 voortgezet om deze gegevens te bespreken.
Uitkomst: Het onderzoek wordt hervat en de zaak wordt voortgezet op 8 april 2020 voor nadere bewijslevering.