Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De gronden van de beslissing
3.De beslissing
fn: 864)
Rechtbank Noord-Nederland
De man vorderde in kort geding dat de vrouw de uitspraak van 2 oktober 2019 en de voorlopige omgangsregeling zou naleven, met dwangsommen bij niet-nakoming. De vrouw verzocht de vordering af te wijzen en stelde zelf een tegenvordering in om voorlopig geen omgang toe te staan.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat partijen het eens zijn over het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, die een raadsonderzoek heeft uitgevoerd na een negatief beëindigd KKE-traject. Dit advies omvat onder meer dat de man hulp zoekt voor agressieregulatie en dat begeleide omgang en beeldbellen worden opgestart.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestaat bij nakoming van de omgangsregeling omdat partijen het eens zijn over de wijze van omgang en de voorwaarden. Ook de vordering van de vrouw om voorlopig geen omgang toe te staan werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van spoedeisend belang. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man en vrouw worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen en dragen ieder hun eigen proceskosten.