Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
[eiser 5],
[eiser 6], wettelijk vertegenwoordigd door
[eiser 5] en [eiser 7],
[eiser 8], wettelijk vertegenwoordigd door
[eiser 5] en [eiser 7],
[bestuurder 1],
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele procedure stond een fraudekwestie centraal waarbij de curator in het faillissement van een besloten vennootschap vorderingen instelde tegen de vereffenaars van een nalatenschap. De rechtbank heeft eerder bindende beslissingen genomen over enkele vorderingen en gaf de curator een bewijsopdracht voor andere vorderingen.
De curator zag echter af van het leveren van bewijs dat er in een periode van tien jaar aanzienlijk meer tweede klasse producten waren verkocht dan verantwoord in de administratie. Hierdoor kon de gestelde fraude niet worden vastgesteld en werden de vorderingen afgewezen.
De rechtbank veroordeelde de curator in de proceskosten, stelde deze vast op €15.424,00 en kende daarnaast nakosten toe. Tevens werd een bedrag van €12.100,00 aan ten onrechte ten laste gebrachte kosten vastgesteld ten gunste van de curator, met wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de kostenveroordelingen.
Uitkomst: Fraudevorderingen afgewezen wegens afzien van bewijslevering; curator veroordeeld in proceskosten.