ECLI:NL:RBNNE:2020:2948
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag IB/PVV terecht opgelegd wegens verhuurd woongedeelte aan zoon
Eiser en zijn echtgenote waren gezamenlijk eigenaar van een woning waarin een zelfstandig woongedeelte boven de garage was gevestigd. Dit woongedeelte werd vanaf 2008 door de zoon van eiser en diens gezin bewoond, die daar een eigen huishouden voerde en een vergoeding betaalde.
Verweerder legde een navorderingsaanslag IB/PVV op omdat het woongedeelte niet als eigen woning van eiser kon worden aangemerkt. Eiser voerde aan dat zijn zoon en diens gezin tot zijn huishouding behoorden en dat het woongedeelte derhalve als eigen woning moest worden beschouwd.
De rechtbank overwoog dat de zoon al jaren voor bewoning zelfstandig was en niet meer tot het huishouden van eiser behoorde. Het woongedeelte beschikte over alle faciliteiten voor zelfstandige bewoning en was feitelijk door de zoon en zijn gezin bewoond. De betaling van een vergoeding en het afsluiten van een eigen verzekering bevestigen dit.
Daarom kon het woongedeelte niet als eigen woning van eiser worden aangemerkt en was de navorderingsaanslag terecht opgelegd. Ook de belastingrente werd bevestigd. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslag IB/PVV is terecht opgelegd omdat het woongedeelte boven de garage niet als eigen woning van eiser kan worden aangemerkt.