Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Ten aanzien van feit 1[slachtoffer 1] een totaalbedrag van € 7.911,54 bestaande uit € 411,54 ter vergoeding van materiële schade en € 7.500,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Vorderingen na voorwaardelijke veroordeling
18.252349-17
21.004087-18
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
een gedeelte, groot zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaar, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
[slachtoffer 1]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 2.330,09(zegge: tweeduizend driehonderddertig euro en negen eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2019.
[slachtoffer 1]voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 1]te betalen een bedrag van
€ 2.330,09(zegge: tweeduizend driehonderddertig euro en negen eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2019, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 33 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 330,09,- aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade.
[slachtoffer 1]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen
[slachtoffer 2]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 500,-(zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2019.
[slachtoffer 2]voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
€ 500,-(zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2019, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag betreft vergoeding van immateriële schade.