ECLI:NL:RBNNE:2020:2372
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- M.A.M. Wolters
- J.G. de Bock
- M. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig bewijs voor wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging doodslag en afpersing
Op 2 juli 2020 heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere ernstige feiten gepleegd op of omstreeks 19 juni 2019 te Zuidlaren. De ten laste gelegde feiten betroffen onder meer wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging tot doodslag of zware mishandeling door het toedienen van elektrische stroomstoten, en afpersing met geweld.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat het wettig bewijs ontbrak en verdachte geen betrokkenheid had bij de feiten. De verdediging onderschreef dit standpunt en benadrukte dat verdachte geen opzet had en slechts een uitvoeringshandeling verrichtte zonder oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
De rechtbank oordeelde dat de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. Verdachte had geen uitvoeringshandelingen verricht met betrekking tot de ernstige feiten en er was geen bewijs voor het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij het pinnen van geld met een bankpas van een medeverdachte. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.