Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
3.Het verzoek van de jongmeerderjarige
4.Het verweer van de ouders
5.De beoordeling
6.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De jongmeerderjarige verzoekt de rechtbank om haar ouders hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bijdrage in haar kosten van levensonderhoud en studie, met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2019. De ouders wonen samen maar zijn niet gehuwd. De rechtbank stelt vast dat de ouders ieder als alleenstaande moeten worden beschouwd bij de draagkrachtberekening, omdat de wet geen verplichting bevat tot bijdrage in het levensonderhoud van een samenwonende partner zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap.
De moeder heeft gezondheidsklachten en werkt niet, waardoor zij geen draagkracht heeft. De vader heeft een netto besteedbaar inkomen van € 2.106,- per maand en is volgens de berekening van de rechtbank in staat de bijdrage van € 182,34 per maand te betalen. De jongmeerderjarige baseert haar behoefte op de DUO-norm voor uitwonende MBO-studenten, rekening houdend met haar inkomsten uit beurs en stagevergoeding.
De rechtbank wijst het verzoek tegen de moeder af wegens gebrek aan draagkracht en veroordeelt de vader tot betaling van de bijdrage vanaf 1 november 2019, de datum van indiening van het verzoek. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot betaling van een maandelijkse bijdrage van € 182,34 aan de jongmeerderjarige vanaf 1 november 2019; het verzoek tegen de moeder wordt afgewezen.