Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Het verzoek van de vrouw
3.Standpunt bijzonder curator
4.Standpunt van de man
5.De beoordeling
6.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De vrouw verzocht de rechtbank om het vaderschap van de man vast te stellen ten aanzien van hun minderjarige kind, geboren in 2016. De man betwistte het vaderschap en weigerde mee te werken aan een DNA-onderzoek, uit principiële en persoonlijke redenen. De bijzondere curator adviseerde de rechtbank om een DNA-onderzoek te gelasten, maar de man bleef weigeren.
De rechtbank overwoog dat de wet niet voorschrijft dat een DNA-test verplicht is om vaderschap vast te stellen. Gezien de weigering van de man om mee te werken en het ontbreken van voldoende gemotiveerd tegenbewijs, trok de rechtbank de conclusie dat de man de biologische vader is. De relatie tussen partijen en het tijdstip van geboorte ondersteunen dit vermoeden.
De rechtbank wees het verzoek tot uitvoerbaar bij voorraadverklaring af vanwege de aard van de beslissing. Uiteindelijk stelde de rechtbank het vaderschap vast en wees zij het meer of anders verzochte af. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank stelt het vaderschap van de man vast ondanks zijn weigering mee te werken aan DNA-onderzoek.