Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verordeelde],
Procesverloop
Bewijsmiddelen
Beoordeling
€ 4.142,70
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 17 maart 2020 een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, geboren in 1998. De zaak betreft handel in harddrugs, waaronder heroïne, speed en cocaïne. De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen die aangaven meerdere keren drugs te hebben gekocht van veroordeelde.
De rechtbank stelde vast dat veroordeelde voordeel had genoten uit de baten van het strafbare feit van drugshandel. Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd een rapport gebruikt waarin inkomsten en kosten werden gespecificeerd. De totale inkomsten bedroegen € 6.250,00, terwijl de kosten, inclusief inkoop en personeelskosten in drugs, € 4.142,70 bedroegen.
Hieruit volgde een berekend wederrechtelijk verkregen voordeel van € 2.107,30. De rechtbank stelde het bedrag waarop het voordeel werd geschat vast op dit bedrag, maar legde de betalingsverplichting op het door de officier van justitie gevorderde en in het rapport genoemde bedrag van € 2.081,30. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 30 dagen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, waarbij een van de rechters niet medeondertekende.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van € 2.081,30 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.