Bewezenverklaring
De rechtbank acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
zij op verschillende tijdstippen in de periode van 23 november 2015 tot en met 3 januari 2018 te Zuidwolde, gemeente De Wolden, meermalen, telkens opzettelijk een hoeveelheid geld, te weten in totaal 3660,69 euro en 112.452,12 euro en 27.076,05 euro en 6.245,12 euro en 12.161,24 euro, zijnde in totaal 161.595,22 euro, geheel toebehoorde aan het bedrijf [benadeelde partij 1] , en welk geld verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking, te weten als administratief medewerkster, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
zij in de periode van 23 november 2015 tot en met 3 januari 2018, in de gemeente Emmen en elders in Nederland,
geldbedragen, op verschillende tijdstippen in die periode in totaal
- 3.660,69 euro (op rekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van [medeverdachte 1] ) en
- 112.452,12 euro (op rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [medeverdachte 2] ) en
- 27.076,05 euro (op rekeningnummer [rekeningnummer 3] op naam van [medeverdachte 3] ) en
- 6.245,12 euro (op rekeningnummer [rekeningnummer 4] op naam van [medeverdachte 3] ) en
- 12.161,24 euro (op rekeningnummer [rekeningnummer 5] op naam van [medeverdachte 3] ),
heeft verworven en voorhanden gehad en overgedragen en omgezet,
- in augustus 2016, een aquarium en
- in december 2016, een auto, merk Fiat Punto, kenteken [kenteken 1] , en
- in februari 2017, een auto, merk VW Passat, kenteken [kenteken 2] , en
- in april 2017, een tuinset en
- in mei 2017, brillen en
- in mei 2017, een auto, merk Ford S-Max, kenteken [kenteken 3] , en
- in juni 2017, een herenkostuum en
- in juli 2017, een speeltoestel en
- in december 2017, een bankstel,
heeft verworven en voorhanden gehad,
terwijl zij telkens wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf,
en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.