Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Stichting Lefier,
Rechtbank Noord-Nederland
Stichting Lefier vordert betaling van € 625,27 wegens een vermeende huurachterstand. Na tussenvonnis waarin de dagvaarding onvoldoende was onderbouwd, heeft de eisende partij de vordering nader gespecificeerd en onderbouwd met facturen en het landelijke informatieformulier.
De vordering betreft voornamelijk kosten voor schoonmaak en herstel na een gerechtelijke ontruiming van de woning, waarbij de gedaagde het gehuurde niet in oorspronkelijke staat heeft achtergelaten. De kosten hiervoor bedragen € 619,-. Daarnaast is een bedrag van € 6,27 gevorderd voor een eindafrekening van servicekosten.
De kantonrechter acht de vordering voldoende onderbouwd en wijst deze toe, met uitzondering van de administratiekosten van € 15,93 die niet zijn toegelicht en daarom worden afgewezen. De totale toegewezen hoofdsom bedraagt € 609,34, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 19 november 2019 en buitengerechtelijke incassokosten van € 110,60.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: De vordering van Stichting Lefier wordt toegewezen tot een bedrag van € 753,04 met wettelijke rente en proceskosten, met uitzondering van de administratiekosten.