Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
1.
2. primair
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
opzetheling;
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden/die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
1. [slachtoffer 2] , tot een bedrag van € 937,59 ter zake van materiële schade en € 100,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 3] , tot een bedrag van € 228,10 ter vergoeding van materiële schade en € 550,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden
een gedeelte, groot 5 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
[slachtoffer 2]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 september 2018.
[slachtoffer 3]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
778,10(zegge: zevenhonderdachtenzeventig euro en tien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2018.
778,10(zegge: zevenhonderdachtenzeventig euro en tien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2018, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 228,10 aan materiële schade en € 550,- aan immateriële schade.