Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter d.d. 3 september 2019
[eiser] ,
Procesverloop
Motivering
tegemoetkomingin
mogelijke(cursivering kantonrechter) schade onderschrijft dit.
€ 720,00(2 punten x tarief € 360,00)
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak gaat het om een koopovereenkomst van een woonboerderij met een mestsilo die bij levering niet volledig leeg was. Partijen sloten een depotovereenkomst waarbij de verkoper, de gemeente, zich verplichtte de mestsilo te legen en de koper hiervoor een depotbedrag betaalde. De koper vorderde betaling van een vergoeding omdat de mestsilo niet volledig was geleegd en de gemeente de afgesproken vergoeding stopzette.
De rechtbank oordeelde dat de mestsilo op 1 maart 2017 niet volledig leeg was, aangezien circa 100 m³ mest achterbleef. De mondelinge afspraak dat de gemeente tot het legen van de mestsilo een vergoeding van € 595 per maand zou betalen, hield stand tot het moment dat de koper het legen belemmerde. Dit was vanaf september 2018 het geval. De rechtbank kwalificeerde de vergoeding niet als huur, maar als schadevergoeding wegens gebrekkige levering.
De gemeente werd veroordeeld tot betaling van € 10.991,15 over de periode april 2017 tot en met augustus 2018, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. De vordering van de gemeente tot vrijgave van het depotbedrag werd afgewezen vanwege opschorting door de koper. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gemeente is veroordeeld tot betaling van € 10.991,15 aan de koper wegens niet volledig legen van de mestsilo, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten.