In deze civiele zaak heeft verzoeker [A] beroep ingesteld tegen de bestuurscommissie Bargerveen-Schoonebeek vanwege de wijze waarop gronden zijn toegedeeld in een herverkaveling. De rechtbank heeft in een tussenbeschikking voorlopig geoordeeld dat de pachtinbreng van verzoeker betrokken had moeten worden.
De commissie stelde dat het pachtcontract niet relevant was omdat het een niet-geregistreerde, liberale pacht betrof en dat zelfs bij reguliere geregistreerde pacht de toedeling niet anders zou zijn geweest vanwege een bufferzone die aanpassing van de huiskavel rechtvaardigt. Verzoeker betwistte dit en stelde dat sprake was van stilzwijgende verlenging van het pachtcontract en dat de commissie onvoldoende had gedaan om het maximale voor hem te bereiken.
De rechtbank oordeelde uiteindelijk dat de commissie terecht het pachtcontract buiten beschouwing heeft gelaten, omdat het een eenmalige overeenkomst van 12 jaar betrof zonder stilzwijgende verlenging. Ook subsidiair was de commissie in redelijkheid tot de toedeling gekomen gezien het belang van de verkaveling en de bufferzone. Het beroep werd ongegrond verklaard en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.