ECLI:NL:RBNNE:2019:5826
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke PIJ-maatregel na mishandeling klasgenoot
Verdachte, geboren in 2003, heeft op 23 september 2019 een klasgenoot mishandeld door haar bij het hoofd vast te pakken en haar hoofd meermalen tegen een schot van een computerwerkplek te bonken. Dit leidde tot lichamelijk letsel en angst bij het slachtoffer en klasgenoten.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling, mede gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer, een getuige en de verdachte zelf. De verdediging voerde aan dat het niet bewezen was dat het slachtoffer met haar hoofd tegen het schot was gebonkt, maar dit werd verworpen.
Verdachte heeft een complexe psychische problematiek en de rechtbank stelde vast dat het feit hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend. Desondanks is verdachte strafbaar. De rechtbank legde geen nieuwe straf op vanwege zijn persoonlijkheid en de reeds opgelegde voorwaardelijke PIJ-maatregel.
De rechtbank beoordeelde dat verdachte zich niet aan de voorwaarden van de voorwaardelijke PIJ-maatregel heeft gehouden, waaronder elektronisch toezicht en gedragsregels. Verdachte recidiveerde en vertoonde meerdere overtredingen tijdens het ITB Harde Kern-traject. Gezien het hoge risico op gewelddadige recidive en de ernst van de overtredingen, gelast de rechtbank de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel.
De rechtbank wees het verzoek van de verdediging af om de beslissing aan te houden voor een klinische behandeling. De tenuitvoerlegging is noodzakelijk voor de bescherming van de maatschappij en een gunstige ontwikkeling van verdachte.
Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel wegens mishandeling en het niet naleven van voorwaarden.