De kantonrechter behandelt een geschil tussen verhuurder en huurder over achterstallige huur, de eindafrekening van gas, water en elektriciteit, en schade aan het gehuurde chalet. De huurovereenkomst liep van maart 2016 tot juni 2018. De huurder verliet het chalet in juni 2018 en betaalde niet alle huur en voorschotten.
De verhuurder vordert betaling van €2.737,45 aan achterstallige huur, nutsvoorzieningen en schade aan een salontafel, vermeerderd met rente en incassokosten. De huurder betwist deels de hoogte van de vordering en stelt dat de verhuurder zich niet als een goed verhuurder heeft gedragen, onder meer door onrechtmatig betreden van het chalet en het veranderen van sloten.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder een huurachterstand van €1.398,33 heeft en dat een waarborgsom van €650,00 is betaald. Voor de nutsvoorzieningen wordt het waterbedrag aangepast op basis van Nibud-normen, omdat het werkelijke verbruik niet meer kan worden vastgesteld. De schade aan de salontafel wordt vastgesteld op €75,00, omdat niet is aangetoond dat de schade niet aan de huurder te wijten is.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de aanmaning niet voldeed aan de wettelijke eisen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de ingebrekestelling van 25 juli 2018. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €1.368,37 plus rente, met afwijzing van het meer gevorderde.