ECLI:NL:RBNNE:2019:4279
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering giftenaftrek en belastingrente in inkomstenbelasting 2016
Eiser ontving in 2016 een nabetaling van loon over vijf voorafgaande jaren en voerde in zijn aangifte inkomstenbelasting een giftenaftrek op van bijna €15.000. Verweerder, de inspecteur van de Belastingdienst, weigerde deze giftenaftrek en legde een aanslag op met een belastbaar inkomen van €40.682, inclusief belastingrente.
Eiser stelde beroep in tegen deze aanslag en voerde aan dat de toegepaste wet- en regelgeving onrechtvaardig was, hoewel hij niet betwistte dat de weigering van de giftenaftrek, het belasten van de nabetaling in het jaar van ontvangst en het progressieve tarief wettelijk juist waren toegepast.
De rechtbank oordeelde dat zij geen oordeel kan geven over de rechtvaardigheid van de wet op grond van artikel 11 van Pro de Wet algemene bepalingen. Omdat eiser geen zelfstandige gronden tegen de belastingrente aanvoerde, werd ook deze gehandhaafd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2016 wordt ongegrond verklaard.