De rechtbank Noord-Nederland heeft op 8 oktober 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het telen van ongeveer 176 hennepplanten in een pand te Hoogeveen en het stelen van stroom van een energieleverancier. De feiten hebben plaatsgevonden tussen 1 november 2017 en 13 december 2017.
De politie trad het pand binnen op basis van een melding via Meld Misdaad Anoniem, een netmeting en een warmtemeting, die samen een redelijk vermoeden van een hennepkwekerij opleverden. De verdediging voerde aan dat het binnentreden onrechtmatig was wegens gebrek aan redelijk vermoeden, maar de rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat er geen sprake was van een vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting zou leiden.
Verdachte bekende de feiten en werd wettig en overtuigend bewezen verklaard. De rechtbank achtte de diefstal van stroom nauw verbonden met de hennepteelt en strafbaar. De rechtbank legde een taakstraf van 100 uren op, rekening houdend met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop tussen de feiten en de zitting.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte de schade reeds had voldaan. De rechtbank bepaalde dat de benadeelde partij haar vordering alleen bij de burgerlijke rechter kan instellen.