ECLI:NL:RBNNE:2019:4133
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbendheid bij kapvergunning wegens afstand en geen zicht op bomen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit waarbij een kapvergunning is verleend voor het vellen en verplanten van bomen aan het Akerkhof te Groningen. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank overweegt dat belanghebbendheid vereist dat een persoon een persoonlijk aangaand belang heeft dat hem voldoende onderscheidt van anderen. Uit vaste jurisprudentie volgt dat doorgaans alleen personen die op geringe afstand van de bomen wonen of zicht op de bomen hebben, als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Eiser woont circa 150 meter van de bomen en heeft geen zicht op deze bomen.
Eiser stelde dat fysieke afstand niet de maatstaf moet zijn, maar de mate van betrokkenheid van de burger. Ook verwees hij naar een uitspraak van rechtbank Almelo waarin een afstand van 200 meter werd gehanteerd. De rechtbank volgt echter de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een afstand van circa 100 meter en zicht op de bomen als criteria hanteert.
De rechtbank concludeert dat eiser geen belanghebbende is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Tevens is vastgesteld dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad zijn visie te geven tijdens de procedure.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij het besluit tot verlening van de kapvergunning.