Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2019 in de zaken tussen
Milieustraat Meppel B.V., te Staphorst, eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep met zaaknummer LEE 19/354
Het beroep met zaaknummer LEE 19/1492
ingezamelden niet op afval dat eiseres in de toekomst nog
in gaat zamelen. Zogezegd "nieuw" afval is voor het verbeuren van een dwangsom dus niet van belang. Daarnaast overweegt de rechtbank dat volgens Van Dale, groot woordenboek der Nederlandse taal, de definitie van "inregenen" luidt: "naar binnen regenen". Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit mee dat er sprake moet zijn van regen die van buiten naar binnen kan komen. Reeds hierom kan afval dat buiten ligt opgeslagen niet leiden tot verbeuren, aangezien er buiten geen sprake kan zijn van het van buiten naar binnen regenen (door een raam, luik etc.). Van een "binnen" is buiten immers geen sprake. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de gedachte achter de last is dat het afval overdekt moet worden opgeslagen. Nu de last dit echter niet vereist, kan de afwezigheid van bijvoorbeeld een overkapping niet leiden tot verbeuren. Verweerders stelling dat de milieuvergunning dit laatste wel vereist maakt het voorgaande niet anders, aangezien voor de vraag of er dwangsommen verbeurd zijn de formulering van de last bepalend is. De rechtbank overweegt verder dat eiseres zich op het standpunt heeft gesteld dat de hoop afval die achter de loods is komen te liggen nieuw afval is. Volgens verweerder, ter zitting, is die hoop afval hetzelfde afval dat eerst direct vóór de loods lag. De rechtbank kan uit de rapportages van de controles en de daarbij behorende foto's echter niet afleiden of de hoop afval achter de loods hetzelfde afval is dat eerst voor de loods lag. Ook hierom kan - met betrekking tot de hoop afval achter de loods - niet gesproken worden van het verbeuren van dwangsommen. Voor zover er na het einde van de begunstigingstermijn nog een "klein plukje" afval geconstateerd is, is de rechtbank van oordeel - overeenkomstig de Commissie bezwaarschriften - dat dit neerkomt op een bagatel. De rechtbank onderschrijft verder het standpunt van de Commissie bezwaarschriften dat besluiten als het onderhavige gedegen voorbereid en gemotiveerd moeten zijn en geen aanleiding mogen zijn voor discussies. Het moet duidelijk zijn wat van de overtreder verwacht wordt. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder daar niet in geslaagd.
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer LEE 19/354, voor zover gericht tegen bestreden besluit A, ongegrond;
- verklaart het beroep met zaaknummer LEE 19/354, voor zover het gericht is tegen het invorderingsbesluit van 10 mei 2019, gegrond;
- vernietigt het invorderingsbesluit van 10 mei 2019, voor zover het ziet op de invordering van € 10.000 wegens bouwen zonder vergunning, en laat het invorderingsbesluit voor het overige in stand;
- herroept het invorderingsbesluit van 10 mei 2019 overeenkomstig en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het invorderingsbesluit voor zover vernietigd;
- draagt verweerder op het in zaaknummer LEE 19/354 betaalde griffierecht van
- verklaart het beroep met zaaknummer LEE 19/1492 gegrond;
- vernietigt bestreden besluit B;
- herroept primair besluit B door deze in te trekken en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit B;
- verweerder hoeft geen griffierecht te vergoeden in zaaknummer LEE 19/1492.