ECLI:NL:RBNNE:2019:3603
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afgifte inboedel en voorschot schadevergoeding na ontruiming woning met hennepkwekerij
De huurder [A] had een woning gehuurd van [B] en was in gebreke gebleven met huurbetaling, waardoor een huurschuld van €2.800,- was ontstaan. [B] ontruimde de woning in juni 2019 nadat hij meldingen had ontvangen over een hennepplantage in de woning. Bij ontruiming werden zakken aarde en potten aangetroffen, maar [A] stelde dat er meer inboedel aanwezig was die onrechtmatig was meegenomen.
[A] vorderde primair afgifte van de volledige inboedel binnen 48 uur, subsidiair een voorschot op schadevergoeding van €4.000,- en betaling van de borgsom van €700,-. [B] betwistte de aanwezigheid van meer goederen dan op de foto's zichtbaar en stelde dat de woning niet meer bewoond werd door [A].
De kantonrechter oordeelde dat in kort geding onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de door [A] genoemde goederen aanwezig waren bij ontruiming. De primaire vordering tot afgifte werd afgewezen omdat [B] niet meer over de zaken beschikte. Ook werd geen voorschot op schadevergoeding toegekend vanwege de onduidelijkheid over de waarde van de zaken en de bestaande huurschuld. De vordering tot terugbetaling van de borgsom werd eveneens afgewezen. [A] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot afgifte inboedel, voorschot schadevergoeding en terugbetaling borgsom afgewezen wegens onvoldoende bewijs en bestaande huurschuld.