Werknemer trad in 2004 in dienst bij werkgever en diende op 3 juli 2018 zijn ontslag in, terwijl hij al een andere baan had. Werkgever beëindigde de arbeidsovereenkomst tegen een eerdere datum dan door werknemer voorgesteld. Werknemer vorderde onder meer transitievergoeding, billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging.
De kantonrechter overwoog dat de transitievergoeding wettelijk is geregeld en in principe verschuldigd bij ontslag door werkgever na minimaal 24 maanden dienstverband. Echter, gezien het feit dat werknemer zelf ontslag nam en reeds een nieuwe baan had, was de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De billijke vergoeding werd eveneens gematigd tot nihil.
Wel werd werkgever veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, omdat de arbeidsovereenkomst onterecht per 9 juli 2018 werd beëindigd in plaats van na de geldende opzegtermijn van drie maanden. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.