Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Feit 3 Witwassen
BewijsmiddelenDe rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.Ieder bewijsmiddel is - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Ik heb [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geholpen om in de prostitutie te werken. Ik heb mijn toenmalige vriendin [medeverdachte] gevraagd om seksadvertenties voor die meisjes te maken. Ik heb haar ook gevraagd om de telefoon op te nemen als klanten belden. Ik gaf het wel eens door als er klanten waren. Ik bracht de meisjes naar afspraken met klanten. [slachtoffer 1] gaf aan dat ze was weggelopen en dat ze geen slaapplek had. Ik kende iemand, [naam 1] , waar zij kon verblijven. In die woning zijn ook klanten ontvangen. Ik had met de meisjes afgesproken dat ik de helft van hun verdiensten zou krijgen. Dat is ook gebeurd.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 11 oktober 2018, opgenomen op pagina 781 (map 3) van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:
V: [straatnaam] ? Jij hebt die kamer geregeld?
A: [slachtoffer 1] wilde werken in de prostitutie maar dat liep niet goed want ze had geen auto. Ze kwamen bij mij omdat ik een auto had. Ik zag een kans om wat geld te verdienen. Ik heb voor hen gereden.
de rechtbank begrijpt: Surhuisterveen) en dat die man haar meer geld had gegeven. Ja, ze had moeten delen met [bijnaam verdachte] zeg maar.
de rechtbank begrijpt: Surhuisterveen)
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
een gedeelte, groot zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
[slachtoffer 2]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 12.002,85(zegge: twaalfduizendentwee euro en vijfentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2018, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.