ECLI:NL:RBNNE:2019:261
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde stadswoning wegens onjuiste toepassing wet remmende meeropbrengst
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar schipperswoning uit 1902, gelegen aan een adres in een Nederlandse plaats, voor het jaar 2017. Verweerder had de waarde vastgesteld op €129.000, terwijl eiseres een lagere waarde van €120.000 aanvoerde. De rechtbank stelde vast dat de bewijslast bij verweerder lag om aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Verweerder baseerde zijn waardering op een waardematrix met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde wijk, waarbij het buurpand als meest vergelijkbaar werd beschouwd. Verweerder hield rekening met verschillen in woonoppervlak en andere kenmerken via de wet op de remmende meeropbrengst, die volgens hem een waardevermindering van ongeveer 5,16% voor de kleinere woonoppervlakte rechtvaardigde.
Eiseres voerde aan dat deze wet bij kleine stadswoningen pas geldt na het bereiken van een bepaald minimaal optimum en niet vanaf de eerste vierkante meter. De rechtbank vond deze betwisting gemotiveerd en concludeerde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de wet in deze situatie van toepassing was. Omdat beide partijen hun stellingen niet met harde bewijzen onderbouwden, stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €124.500, lager dan de door verweerder vastgestelde waarde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Tevens wees zij op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €124.500 wegens onvoldoende aannemelijkheid van de toegepaste remmende meeropbrengst.