Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt:
verdachte] afgezet in Musselkanaal. Omstreeks 02:00 uur werd ik door mijn vrouw gebeld dat ik terug kon komen. Ik zag dat [verdachte] in mijn richting kwam. Ik zat nog in de auto. Ik zag dat [verdachte] mijn deur open had getrokken. Mijn vrouw en ik probeerden samen deze deur weer dicht te trekken. Op het moment dat wij de deur dicht hadden getrokken, zag ik dat [verdachte] de ruit insloeg. Ik zag dat [verdachte] een voorwerp in zijn handen had, dat leek op een bijl of een hamer. Het was een zwaar voorwerp. Ik zag dat het voorwerp gericht ter hoogte van mijn gezicht op het raam werd geslagen. Door de klap brak het glas aan de bestuurderskant meteen. Ik voelde het glas in mijn gezicht komen. Ik zag dat [verdachte] flink met zijn arm uithaalde van achteren naar voren, om zo kracht te kunnen zetten in de armslag, om het raam te vernielen. Op het moment dat wij achteruit reden, zag ik dat [verdachte] nogmaals met kracht uithaalde en met het voorwerp een gat in de motorkap sloeg.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
1. Primair: mishandeling, begaan tegen zijn moeder;
2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
3. Primair: poging tot zware mishandeling;
4. Primair: poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
5. overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen.
een gedeelte, groot 214 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
[slachtoffer 6]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 589,39 (zegge: vijfhonderd negenentachtig euro en negenendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2018.