Partijen sloten op 1 februari 2018 een huurovereenkomst voor een woning met een kale huurprijs van €598,- per maand. De huurder verzocht de Huurcommissie om verlaging van de huurprijs, die op €564,57 werd vastgesteld. De verhuurder stelde dat de huurprijs redelijk was en betwistte de waardering van enkele onderdelen van het gehuurde.
De kantonrechter vernietigde de uitspraak van de Huurcommissie omdat de verhuurder binnen de wettelijke termijn een beslissing bij de rechter had gevorderd. De kantonrechter beoordeelde zelfstandig de redelijkheid van de aanvangshuurprijs aan de hand van het Beleidsboek waarderingsstelsel zelfstandige woonruimte (april 2019).
De geschilpunten betroffen onder meer de kwalificatie en waardering van de berging/wasruimte, gang/verkeersruimte, keukenvoorzieningen, sanitair, gemeenschappelijke fietsenstalling en energieprestatie. De kantonrechter gaf onder meer extra punten voor vloerverwarming in de gang, een luxe mengkraan en een zwevend toilet, maar wees punten toe volgens het Beleidsboek en nam waar nodig de waardering van de Huurcommissie over.
Uiteindelijk stelde de kantonrechter de redelijke aanvangshuurprijs vast op €574,94 per maand. De huurder had daardoor een huurachterstand van €124,44 opgebouwd, die hij aan de verhuurder moest betalen. De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt de eigen kosten.