Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procesgang
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De standpunten van partijen
5.De beoordeling
6.De beslissing
woensdag 24 april 2019in tegenwoordigheid van de griffier.
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn in 2016 gescheiden en hebben een echtscheidingsconvenant opgesteld waarin afspraken over partneralimentatie zijn vastgelegd. Artikel 2.2 bepaalt dat de alimentatieplicht van de man vervalt zodra hij duurzaam samenwoont met een nieuwe partner als waren zij gehuwd of geregistreerd partners.
De man is in december 2017 gaan samenwonen met een nieuwe partner en stopte per 1 januari 2018 met de alimentatiebetaling. De vrouw verzocht de rechtbank om een verklaring voor recht dat artikel 2.2 anders gelezen moet worden, namelijk dat de alimentatieplicht vervalt als de vrouw samenwoont met een nieuwe partner, en dat de man dus nog steeds alimentatie moet betalen.
De man stelde dat de tekst van het convenant duidelijk is en dat partijen hiermee akkoord gingen, en voerde een voorwaardelijk verzoek in tot verlaging van de alimentatie wegens gewijzigde omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de tekst van het convenant leidend is en geen ruimte laat voor een andere uitleg of aanvulling. Er is geen sprake van een leemte of kennelijke verschrijving. Het verzoek tot verklaring voor recht en het verzoek tot voortzetting van de alimentatieplicht worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot verklaring voor recht en voortzetting van de alimentatieplicht af en compenseert de proceskosten.