ECLI:NL:RBNNE:2019:1602
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname bij veroordeling wegens wegversperring en dwingen toegewezen
Klager is veroordeeld tot een taakstraf en vervangende hechtenis wegens medeplegen van het opzettelijk versperren van een openbare landweg en het wederrechtelijk dwingen van anderen. Op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden werd celmateriaal afgenomen voor DNA-bepaling en opname in de databank. Klager maakte bezwaar tegen de verwerking van zijn DNA, stellende dat het niet relevant is voor de opsporing van zijn specifieke misdrijven, die vooral verkeersgerelateerd zijn.
De officier van justitie stelde dat DNA-afname verplicht is bij veroordeling voor misdrijven genoemd in artikel 67 lid 1 Sv Pro, tenzij uitzonderingen gelden. Volgens hem kan DNA bij deze feiten wel van belang zijn, bijvoorbeeld via achtergelaten sporen op voertuigen of kleding, en is er sprake van recidivegevaar.
De rechtbank oordeelt dat de aard van de misdrijven, namelijk het versperren van een weg en het dwingen van anderen, zich verzet tegen de afname en verwerking van DNA, omdat DNA-onderzoek bij deze feiten geen bijdrage levert aan opsporing. Ook is er geen concreet recidivegevaar voor andere misdrijven waarbij DNA relevant is. Daarom verklaart de rechtbank het bezwaarschrift gegrond en beveelt de vernietiging van het afgenomen celmateriaal.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal wordt vernietigd.