ECLI:NL:RBNNE:2019:1597
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking op bezwaarschrift tegen DNA-afname bij veroordeelde voor medeplegen verkeersverstoring
Klager is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk versperren van een openbare landweg en medeplegen van wederrechtelijke dwinging. Op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden is celmateriaal afgenomen voor DNA-bepaling en opname in de databank. Klager maakte bezwaar tegen deze opname, stellende dat het DNA-onderzoek niet relevant is voor de opsporing van verkeersfeiten en dat er geen recidivegevaar is.
De officier van justitie stelde dat de wet een brede toepassing van DNA-opname voorschrijft bij veroordelingen voor zware misdrijven, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. De rechtbank overweegt dat de aard van de misdrijven waarvoor klager is veroordeeld niet typisch DNA-waardige delicten zijn en dat DNA-onderzoek bij deze feiten niet van betekenis is gebleken voor opsporing.
Echter, gezien eerdere veroordelingen van klager voor misdrijven waarbij DNA-onderzoek wel relevant is, acht de rechtbank het aannemelijk dat DNA-opname kan bijdragen aan de opsporing en voorkoming van toekomstige strafbare feiten. Daarom wordt het bezwaarschrift ongegrond verklaard en blijft de DNA-opname gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname wordt ongegrond verklaard en de DNA-opname gehandhaafd.