ECLI:NL:RBNNE:2019:1541
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs productie en voorbereiding amfetamine
Verdachte werd verdacht van het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen en vervoeren van amfetamine, alsmede het voorbereiden van deze feiten en deelname aan een criminele organisatie. Tevens werd hem milieuovertreding ten laste gelegd.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor enkele feiten wegens gebrek aan bewijs, maar eiste veroordeling voor productie en voorbereidingsfeiten op basis van DNA-sporen op een destilleerketel en een drinkflesje in een vuilniszak uit een vrachtwagen met drugslabafval. De verdediging voerde aan dat het enkele DNA-spoor onvoldoende bewijs vormt, mede omdat overdracht van huidepitheel mogelijk is en verdachte geen verklaring hoefde te geven.
De rechtbank oordeelde dat het DNA-bewijs onvoldoende is om wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte betrokken was bij productie of voorbereiding van amfetamine. Andere bewijsmiddelen ontbraken om aanwezigheid of betrokkenheid vast te stellen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 11 april 2019. De voorzitter en twee rechters tekenden het vonnis, een rechter kon niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor productie en voorbereiding van amfetamine.