ECLI:NL:RBNNE:2019:1534

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2019
Publicatiedatum
12 april 2019
Zaaknummer
7423349 \ CV EXPL 18-10040
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Richtlijn 93/13/EEGBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten artikel 2
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling parkeervergoeding na onrechtmatig uitrijden parkeergarage zonder geldig ticket

Q-Park vordert betaling van €310,00 van gedaagde wegens het verlaten van de parkeeraccommodatie zonder vooraf te betalen, door direct achter een voorganger uit te rijden ('treintje rijden'). De algemene voorwaarden van Q-Park bepalen dat dit niet is toegestaan en leiden tot een 'verloren kaart' tarief plus een schadevergoeding van €300,00.

Gedaagde betwist bestuurder te zijn geweest en vindt de schadevergoeding onredelijk hoog, maar levert geen bewijs voor zijn stelling. De kantonrechter oordeelt dat het vermoeden dat gedaagde bestuurder was niet is weerlegd en dat de schadevergoeding niet onredelijk is.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van €310,00 plus wettelijke rente vanaf verschillende data, buitengerechtelijke incassokosten van €46,50, en proceskosten van €349,21. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €310,00 plus rente, incassokosten en proceskosten wegens onrechtmatig uitrijden zonder geldig parkeerbewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rolnummer: 7423349 \ CV EXPL 18-10040

vonnis van de kantonrechter d.d. 2 april 2019

inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Maastricht,
eiseres,
gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,
tegen

[A] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
procederende in persoon.
Partijen zullen hierna Q-Park en [A] worden genoemd.

Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.
1.2.
[A] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen conclusie van dupliek genomen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

Motivering

De feiten

2.1.
In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.
2.2.
Q-Park exploiteert en beheert de parkeeraccommodatie EMMEN-Wildlands (hierna: de parkeeraccommodatie).
2.3.
[A] is eigenaar van de auto met kenteken [kenteken] (type: [autotype] ) (hierna: de auto). Op 9 juni 2018 heeft het parkeermanagementsysteem (hierna: PMS)
alsmede camera's van Q-park geregistreerd dat met de auto gebruik is gemaakt van de parkeeraccommodatie.
2.4.
Voor het gebruik van de parkeeraccommodatie is de gebruiker een parkeervergoeding verschuldigd. Deze vergoeding dient vóór het verlaten van de parkeeraccommodatie te worden voldaan.
2.5.
Bij de ingang van de parkeeraccommodatie, voor het naar binnenrijden van de parkeeraccommodatie worden de geldende tarieven en de algemene voorwaarden door Q-park bekend gemaakt door middel van een informatiebord. Met een sticker op de inritterminal vóór de slagboom wordt gewezen op de gevolgen bij het uitrijden zonder te betalen. De algemene voorwaarden zijn elektronisch toegankelijk. Dit adres wordt door Q-Park eveneens op voornoemd informatiebord meegedeeld. De door Q-Park verleende dienst begint bij het verkrijgen van de toegang tot de parkeeraccommodatie, meer specifiek bij opening van de slagboom.
2.6.
Artikel 5.9. van de algemene voorwaarden bepaalt het volgende:
''De parkeerder en zijn voertuig dienen de parkeerfaciliteit uitsluitend te verlaten met gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel. Het zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel verlaten van de parkeerfaciliteit is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief ''verloren kaart'' verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit eenmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief), vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. Het hiervoor genoemde tarief ''verloren kaart'' laat onverlet het recht van Q-park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief ''verloren kaart''.''.
2.7.
Artikel 6.4. van de algemene voorwaarden bepaalt het volgende:
''Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met het voertuig verlaten van de parkeerfaciliteit bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde ''treintje rijden'' waarbij de parkeerder direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief ''verloren kaart'' verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit eenmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief), vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. Het hiervoor genoemde tarief ''verloren kaart'' laat onverlet het recht van Q-park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief ''verloren kaart''.''.
2.8.
Artikel 6.6. van de algemene voorwaarden bepaalt het volgende
:
''In geval van verlies of het ontbreken van het parkeerbewijs, is de parkeerder het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief ''verloren kaart'' verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit eenmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief). De parkeerder dient dit bedrag voor het verlaten van de
parkeerfaciliteit te voldoen. Het hiervoor genoemde tarief ''verloren kaart'' laat onverlet het recht van Q-Park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief ''verloren kaart''. Indien de parkeerder achteraf door middel van de klachtenprocedure van artikel 10 lid 5 aan Pro kan tonen wat de daadwerkelijke parkeertijd was, zal restitutie op basis daarvan plaats vinden. De bewijslast met betrekking tot de exacte parkeertijd berust bij de parkeerder.''.
De vordering
3.1.
Q-Park vordert bij dagvaarding [A] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 310,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente en met buitengerechtelijke kosten van € 46,50. Q-Park heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Q-Park aan [A] tegen betaling van de ter plaatse geldende tarieven een parkeerplaats in de parkeeraccommodatie heeft aangeboden. [A] heeft het aanbod van Q-Park geaccepteerd doormiddel van het accepteren van het parkeerticket en het binnenrijden van de parkeeraccommodatie, waardoor er tussen Q-Park en [A] een parkeerovereenkomst tot stand is gekomen. Op 9 juni 2018 is de auto in strijd met de overeenkomst tussen partijen uitgereden door direct achter een voorganger langs de slagboom te rijden (het zogenoemde 'treintje rijden'), zonder hierbij gebruik te maken van een geldig parkeerbewijs. Op grond van artikel 5.9, 6.4 en 6.6 van de algemene voorwaarden is het bedrag van € 310,00 in rekening gebracht. Dit bedrag bestaat uit € 10,00 zijnde het tarief voor de ''verloren kaart'' en € 300,00 aan aanvullende schadevergoeding. Q-Park stelt dat door het in strijd handelen met de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst [A] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verbintenis.
3.2.
Q-Park betwist bij repliek de stelling van [A] dat niet hij maar iemand anders de bestuurder van de auto was ten tijde van de gedraging. De registratie van [A] als kentekenhouder billijkt het vermoeden dat hij tevens bestuurder was. Het ligt volgens Q-Park op de weg van [A] als kentekenhouder om aannemelijk te maken wie de auto ten tijde van de gedraging bestuurde. [A] heeft hiervoor geen enkel tegenbewijs geleverd. Q-Park is van mening dat de hoogte van de schadevergoeding ad € 300,00 niet onredelijk hoog is. Uit jurisprudentie blijkt dat volgens artikel 3 lid 1 van Pro de Richtlijn Oneerlijke Bedingen in Consumentenovereenkomsten een beding als oneerlijk wordt beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Q-Park verwijst naar diverse vonnissen van kantonrechters waarbij de gevorderde schadevergoeding van € 300,00 niet te hoog werd bevonden.
3.3.
[A] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Het geschil en de beoordeling daarvan
4.1.
[A] heeft zich bij antwoord tegen de vordering van Q-Park verweerd met de stelling dat alhoewel de auto van hem is, hij niet de bestuurder van de auto was ten tijde van de gedraging. De bestuurder van de auto was de vriend van een vriendin van de ex partner van [A] . De ex partner van [A] rijdt tot op heden in de auto. [A] stelt dat hij bereid is om de dagkaart ad € 10,00 te voldoen maar het bedrag van € 300,00 niet omdat dit bedrag onredelijk hoog is.
4.2.
Q-Park heeft dit verweer van [A] naar het oordeel van de kantonrechter bij repliek voldoende gemotiveerd weersproken. [A] heeft deze gemotiveerde weerlegging van Q-Park niet meer ontzenuwd. Stukken waaruit de juistheid van het verweer van [A] had kunnen blijken, heeft hij niet overgelegd. Het door [A] bij antwoord gevoerde verweer moet daarom als onvoldoende onderbouwd worden gepasseerd. Nu hetgeen door Q-Park is aangevoerd de gevorderde hoofdsom kan dragen, zal deze worden toegewezen.
5. De gevorderde wettelijke rente wordt vanaf de datum van verzuim toegewezen. Dat betekent dat de rente over het 'tarief verloren kaart' vanaf 9 juni 2018 toewijsbaar is omdat het betalen voor het gebruik moet plaatsvinden voordat de parkeergarage wordt verlaten. Er is dus sprake van een fatale termijn. Dat geldt niet voor de gevorderde schadevergoeding. Met de betaling daarvan is [A] pas in verzuim nadat hem bekend is gemaakt dat inderdaad een boete wordt geheven en nadat de termijn die hem daarbij is gesteld is verstreken. De rente voor de boete is dus verschuldigd vanaf 17 augustus 2018.
6. Q-Park maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Q-Park heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten kunnen op grond van de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De wettelijke rente is toewijsbaar over de buitengerechtelijke incassokosten in geval deze niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis worden voldaan.
7. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de slotsom, dat toewijsbaar zijn bedragen van € 310,00 ter zake van hoofdsom en € 46,50 ter zake van buitengerechtelijke kosten, ofwel in totaal € 356,50, te vermeerderen met verdere rente.
8. [A] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.
De proceskosten aan de zijde van Q-Park worden begroot op:
- explootkosten € 84,21
- griffierecht € 121,00
- salaris gemachtigde
€ 144,00(2 punten x tarief € 72,00)
totaal € 349,21.

Beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [A] tot betaling aan Q-Park van een bedrag groot € 310,00 (zegge: driehonderdtien euro) te vermeerderen met de wettelijke rente over € 10,00 vanaf 9 juni 2018 en over € 300,00 vanaf 17 augustus 2018, tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [A] in de buitengerechtelijke incassokosten van € 46,50, vermeerderd met de wettelijke rente in geval de buitengerechtelijke incassokosten niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis worden voldaan;
veroordeelt [A] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Q-Park begroot op € 349,21;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. R. Giltay, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
c 40541