ECLI:NL:RBNNE:2018:812
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid en belangenverstrengeling
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Bruinenberg, rechter in de rechtbank Noord-Nederland, omdat hij meent dat deze rechter onpartijdigheid schendt en belangenverstrengeling vertoont. Dit verzoek is gebaseerd op een eerdere beslissing van mr. Bruinenberg waarin verzoeker zich benadeeld voelt.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek behandeld en geoordeeld dat het enkele feit dat mr. Bruinenberg in een eerdere zaak een beslissing heeft genomen waarmee verzoeker het niet eens is, onvoldoende is om een objectieve vrees voor vooringenomenheid te rechtvaardigen. Ook de stelling van belangenverstrengeling is niet concreet genoeg onderbouwd.
Verder is vastgesteld dat de bewering van ondeskundigheid niet is onderbouwd en daarom niet als grond voor wraking kan dienen. De rechtbank concludeert dat er geen feiten of omstandigheden zijn die een redelijke vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
Daarom wijst de rechtbank het wrakingsverzoek af en bepaalt dat de lopende zaken worden voortgezet zoals deze waren ten tijde van het verzoek. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2018.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Bruinenberg wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor partijdigheid of belangenverstrengeling.