ECLI:NL:RBNNE:2018:810
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Th.A. Wiersma
- C.H. Beuker
- M. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen poging tot afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 8 maart 2018 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van poging tot afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving van het slachtoffer. De tenlastelegging omvatte onder meer het vasthouden, mishandelen en bedreigen van het slachtoffer in een flat in Groningen en het vervoeren naar andere locaties.
De officier van justitie stelde dat verdachte wetenschap had van de misdrijven en een volwaardige partner was in het plan, onderbouwd met verklaringen, camerabeelden en andere bewijsmiddelen. De verdediging voerde aan dat de verklaring van het slachtoffer het enige bewijs was en onvoldoende steunbewijs aanwezig was, en dat verdachte geen bewuste en nauwe samenwerking had met de medeverdachten.
De rechtbank concludeerde dat uit de verklaringen en het bewijs onvoldoende bleek dat verdachte wetenschap had van de misdrijven of dat hij opzettelijk had meegewerkt. De enkele aanwezigheid van verdachte in de flat was onvoldoende voor een bewezenverklaring. Gezien het ontbreken van bewijs voor opzet, zowel primair als subsidiair, sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door mr. Th.A. Wiersma, mr. C.H. Beuker en mr. M. van der Veen, waarbij laatstgenoemde niet in staat was mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor wetenschap en opzet bij medeplegen poging tot afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving.