Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding 26 februari 2018;
- de mondelinge behandeling van 6 maart 2018.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser was sinds 2008 in dienst bij gedaagde en de arbeidsovereenkomst werd in maart 2016 ontbonden met toekenning van een transitie- en billijke vergoeding. Gedaagde betaalde deze vergoedingen niet, waarna eiser executiemaatregelen nam.
Gedaagde legde beslag onder zichzelf op de vordering van eiser op hem, terwijl eiser executoriaal beslag had gelegd op roerende zaken van gedaagde. Eiser vorderde opheffing van dit beslag onder zichzelf.
De voorzieningenrechter toetste of het vonnis waarop de executie berustte klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berustte, of dat er een noodtoestand was ontstaan. Geen van beide was het geval, waardoor het beslag onder zichzelf misbruik van recht vormde.
Het beslag werd opgeheven en gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het beslag onder zichzelf is opgeheven wegens misbruik van recht en gedaagde is veroordeeld in de proceskosten.