ECLI:NL:RBNNE:2018:771
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing derdenbeslag op inkomen in afwachting van beslissing wettelijke schuldsaneringsregeling
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om het door De Friesland gelegde derdenbeslag op zijn inkomen op te schorten zolang de rechtbank nog niet heeft beslist over zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank overweegt dat het beslag is gelegd op basis van een executoriale titel van 2014 en dat door de financiële situatie van verzoeker en het beslag de beschermingsbewindvoerder het budget niet rond kan krijgen, wat leidt tot nieuwe schulden. Dit is niet in het belang van de gezamenlijke schuldeisers en staat de oplossing van de schuldenproblematiek in de weg.
De rechtbank volgt de uitleg dat het opschorten van het beslag moet worden opgevat als het schorsen van de executie conform artikel 301 lid 2 Faillissementswet Pro, waarbij artikel 476 Rv Pro niet van toepassing is. Gezien het spoedeisende karakter en het doel van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt de gevraagde voorziening uitvoerbaar bij voorraad gegeven. De werkgever hoeft het loon van verzoeker uit te betalen zonder inhouding wegens het beslag totdat op het verzoek wordt beslist.
Uitkomst: De rechtbank schorst het derdenbeslag op het inkomen van verzoeker totdat op zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling is beslist.