Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
in conventie en in reconventie
geheelniet eens was:
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een vordering tot nietigverklaring van het testament van erflaatster, gedateerd 2 maart 2009, op grond van vermeende wilsonbekwaamheid door dementie. Eisers stellen dat erflaatster ten tijde van het testament niet in staat was haar wil te bepalen, onderbouwd met medische rapporten en getuigenverklaringen. Gedaagden betwisten dit en wijzen op eerdere rechterlijke uitspraken en verklaringen van de notaris die het testament heeft gepasseerd.
De rechtbank overweegt dat de wilsonbekwaamheid moet worden bewezen en verwijst naar eerdere procedures waarin onvoldoende bewijs werd geleverd. Het rapport van een hoogleraar ouderengeneeskunde uit 2016 wordt onvoldoende geacht vanwege gebrek aan hoor en wederhoor en eenzijdige informatie. De notaris die het testament heeft gepasseerd wordt als zorgvuldig handelend beoordeeld.
De rechtbank wijst erop dat er sprake was van een onderbewindstelling van erflaatster sinds 2007 en dat er indicaties waren van psychogeriatrische aandoeningen. Er is bewijsopdracht gegeven aan eisers om nader bewijs te leveren dat erflaatster het testament niet begreep of haar wil niet kon bepalen. Tot dat bewijs is geleverd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot nietigverklaring van het testament voorlopig af en draagt eisers op bewijs te leveren over de wilsonbekwaamheid van erflaatster ten tijde van het testament.