Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Beschikking van de kantonrechter van 10 juli 2018
Slim Energiebeheer B.V.,
Rechtbank Noord-Nederland
Werknemer werd geschorst op verdenking van knoeien met gegevens, maar de werkgever trok later het ontbindingsverzoek in wegens gebrek aan bewijs. Vervolgens werd werknemer overgeplaatst en kreeg andere werkzaamheden opgedragen, wat leidde tot een tweede ontbindingsverzoek zonder organisatorische noodzaak. Dit resulteerde in een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter overwoog dat de werknemer geen ander werk had en haar kansen op de arbeidsmarkt lastig kon inschatten. De door werknemer ingebrachte rekenmethode voor inkomensschade werd niet gevolgd vanwege gebrek aan representativiteit en onderbouwing. De rechter schatte de inkomensschade op basis van een WW-uitkering over 10,5 maand.
Advocaatkosten werden niet vergoed omdat deze op naam van een derde stonden en niet door werknemer zelf waren betaald. De transitievergoeding werd deels in mindering gebracht op de billijke vergoeding. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding toegekend wegens diffamerende en grievende handelwijze van de werkgever.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2018, met betaling van transitievergoeding, billijke vergoeding en proceskosten door de werkgever. De werkgever krijgt de mogelijkheid het ontbindingsverzoek binnen een termijn in te trekken.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 augustus 2018 met toekenning van transitievergoeding, billijke vergoeding en immateriële schadevergoeding aan werknemer.