Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het standpunt van verzoeker
Ter zitting van 26 juli 2018 heeft verzoeker in aanvulling naar voren gebracht dat mr. Venema-Dietvorst niet onpartijdig is, omdat zij de vorige rechter gelijk gaf.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. A.S. Venema-Dietvorst, de rechter die zijn verzoek tot opheffing van bewind behandelde. Hij stelde dat de rechter niet onpartijdig was omdat zij geen rekening hield met vermeende fraude en meineed door de vorige bewindvoerder en procedurefouten maakte.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. De kamer concludeerde dat de aangevoerde gronden niet leiden tot twijfel aan de onpartijdigheid van de rechter.
De kamer overwoog dat de behandeling van het verzoek tot opheffing van bewind een beoordeling van nieuwe feiten en omstandigheden vereist en dat de rechter de verzoeker hierover heeft geïnformeerd. De teleurstelling van verzoeker over het niet onderzoeken van fraude en meineed betrof een onjuiste verwachting van de rechterlijke taak.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.