Verzoekster diende op 5 december 2018 een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter L.T. de Jonge in een lopende procedure bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. Dit verzoek volgde op een eerder wrakingsverzoek van haar echtgenoot dat op 4 december 2018 niet-ontvankelijk was verklaard.
De rechtbank overwoog dat reeds tweemaal eerder een wrakingsverzoek tegen dezelfde kantonrechter in deze procedure was ingediend en beide verzoeken niet-ontvankelijk waren verklaard. Op grond hiervan besloot de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zou worden genomen.
Daarom werd het huidige verzoek zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing werd op 18 december 2018 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland.